Drijfveren

in de oorlog



Binne Roorda 1898 - 1945

Binne Roorda 1898 - 1945Over drijfveren van mijn grootvader kan ik lezen in de honderden brieven die in de familie bewaard zijn. Verder worden ze weerspiegeld in de herinneringen van zijn kinderen waarvan ik er nog drie uitgebreid kan interviewen.
Daarnaast wil Benjamin van Dam, het laatst in leven zijnde lid van de ondergedoken joodse familie, graag zijn herinneringen vertellen. Ook de kinderen uit zijn schoolklas of van de zondagsschool kan ik over ‘meester Roorda’ bevragen. Allemaal mensen op zeer hoge leeftijd. Vervlogen veren drijven weg op het spiegelende water van de tijd.


Tine
Ik interview mensen die mijn grootvader Binne Roorda gekend hebben. Ze zijn allemaal tussen de tachtig en negentig jaar oud. Ik begon mijn oom en tantes te interviewen, de kinderen van Binne (mijn vader is overleden), maar al snel breidde de lijst zich uit met mensen die hem van vroeger kenden. Zoals Tine Wiertsema (89), met wie ik in oktober van 2013 en gesprek had.

Details
Het leuke was dat Tine allerlei details over Binne wist te vertellen, waardoor ik hem weer beter leerde kennen. Je zag hem nooit zonder zijn garibaldihoed op, een zwarte bolhoed en hij reed op een ploffiets. (Helaas heb ik hier nog nergens foto’s van gevonden.) Zijn huishoudster, ‘juf’, bracht hem in de pauze warme chocolademelk. “Hij zat altijd met die chocola te spoelen in zijn mond”, zei Tine. Ik zie dat voor mij, omdat mijn vader ook zulke gewoonten had.

Van Dam

De moeder van Tine kende als jong meisje de familie van Dam al in Warffum. Ze woonde met haar ouders naast hen en deed op sabbat het licht voor hen aan.

Fré Kooij
Fré's moeder werkte als hulp in de huishouding bij mijn grootvader Binne in Oudeschip in de jaren nadat mijn grootmoeder Pietje overleden was. Fré Kooij bestudeerde de (kerkelijke) geschiedenis van Oudeschip en Roodeschool. Hij liet mij foto’s zien en daartussen zag ik opeens het kenmerkende handschrift van mijn vader Gerrit. Hij had voor een kennis van Fré alle namen van de klassenfoto (zie foto hieronder) opgeschreven. Ik hoorde ook van Fré Kooij dat mijn grootvader een heel uitgesproken iemand was. Hij had vrienden en vijanden, maar niets daar tussenin.


schoolkinderen
Hoofd van de Gereformeerde Lagere School in Oudeschip

In 1926 werd Binne Roorda hoofd van de gereformeerde school in Oudeschip. Het was een kleine school en het werd in de jaren voor de oorlog nog kleiner. Daarom werd het schooltje in 1938 opgeheven. De foto's hiernaast en hieronder zijn gemaakt in een van de laatste weken van de gereformeerde school in Oudeschip, in 1938. Op de foto hieronder staat naast mijn grootvader Binne een klein meisje, Annie Jonker. Van haar kreeg ik deze foto. De zittende vrouw is de handwerkonderwijzeres Fenna Bulthuis. Achteraan met de geblokte jurk staat Franktje Achterhof. Zij gaf de laatste drie maanden les op de school. Ze werd later als dichteres bekend onder het pseudoniem Anka Brands en ze bewerkte drie liederen voor het gereformeerde kerkboek. Van de drie andere kinderen weet ik de namen niet.

Binne Roorda met de juffen Franktje Achterhof (staand) en handwerkonderwijzeres Fenna Bulthuis


Mevrouw Wildeboer – Dijkens (89) zat van de derde tot en met de zevende klas bij ‘meester Roorda’. Ze kon zich nog veel herinneren uit die tijd. Zelfs kon ze nog een gedicht over de hemel opzeggen dat ze hem hoorde voordragen voor de klas, ‘waarbij hij vast aan zijn jonggestorven vrouw dacht’. Ze genoot het meest als de meester ging vertellen of voorlezen, zittend op een tafeltje en zijn voeten op een stoel. De kinderen gingen dan zo dicht mogelijk om hem heen zitten en de tijd stond stil.  


Laatste brief
In de familie Roorda werden veel brieven geschreven. Vooral mijn grootvader Binne en zijn vader Philippus schreven lange epistels naar de verschillende familieleden. Veel van deze brieven zijn bewaard gebleven. Deze week kwam ik (waarschijnlijk) de laatste brief van Binne tegen. Deze is op zondag 28 januari 1945 geschreven.

Binne schrijft de brief aan zijn broer Martinus en zijn vrouw Marie. Hij is voor zijn examen om dominee te worden geslaagd. Het examen verliep niet op alle punten even vlot vond Binne, maar hij schrijft: ‘Ik ben blij dat ik zover ben. ‘k Had vandaag in Stadskanaal moeten preken, maar het weer verhinderde gisteren elk reizen: ik ben nog op weg geweest, bleef in de sneeuw hangen.’

Verderop in de brief schrijft mijn grootvader Binne: ‘Arrestaties en deportaties zijn hier aan de orde van de dag.’ Toen ik dat las, dacht ik aan Bettie Jongejan van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen. Zij vertelde mij vorig jaar: ,,Vanaf september ’44 tot het voorjaar van ’45 gingen zowel de Sicherheitsdienst als veel Nederlandse rechercheurs die joden oppakten, vanuit Amsterdam naar Groningen. Daar gingen ze als gekken tekeer.”

Gelukkig vond deze politie de familie van Dam niet. Mijn grootvader Binne wel. Anderhalve week na het schrijven van de brief wordt hij opgepakt, waarschijnlijk door de Sicherheitsdienst van de Duitsers. De brief stopt midden op de bladzijde. Riep ‘juf’ hem om te komen eten? Begon hij een gesprek met Aalje van Dam? Was het tijd om naar de kerk te gaan? We zullen het nooit weten. De laatste twee zinnen van de brief zijn: ‘Zitten sterk in spanning over den toestand van ons volksleven. – Schrikkelijke gruwelen in Dockum.’



------

© drijfveren